Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Normaal gesproken nestelt een bevruchteitje zich in het slijmvlies van de baarmoeder. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap nestelt het eitje zich niet in de baarmoeder, maar daarbuiten. In 95 procent van de buitenbaarmoederlijke zwangerschappen nestelt het eitje zich in de eileider. Eén op de 100 zwangerschappen loopt uit op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. In de medische wereld ook wel extra-uteriene graviditeit (EUG) genoemd*.

Tijdens de eisprong komt er een eicel vrij uit de eierstok. Deze wordt opgevangen door de uiteinden van de eileider, de fimbriae. Als alles goed gaat, wordt de eicel bevrucht door een zaadcel. De bevruchte eicel maakt een reis van vier tot vijf dagen door de eileiders naar de baarmoeder om zich daar in te nestelen. Wanneer de innesteling plaatsvindt buiten de baarmoederholte, ontstaat er een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Een zwangerschap buiten de baarmoeder kan nooit worden voldragen. Helaas kan de vrucht niet alsnog in de baarmoeder worden geplaatst.

Kans op herhaling

Als je een buitenbaarmoederlijke zwangerschap hebt gehad, is helaas het risico verhoogd op een tweede. Daarom moet je bij een nieuwe zwangerschap je bbz ook altijd melden aan je verloskundige of huisarts. Vaak krijg je dan goede begeleiding, een vroege echo rond 6 weken om te kijken of het goed zit en meerdere controles.

Het kan gebeuren dat je onvruchtbaar wordt na een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Gelukkig komt dit maar in tien procent van de gevallen voor. Vaak is het zo dat dan beide eileiders zijn weggehaald (bijv. na 2 bbz-en). Met één eileider kun je nog prima zwanger raken! Zestig procent van de vrouwen wordt nogmaals zwanger en dertig procent van de vrouwen wil na deze nare ervaring niet opnieuw zwanger worden.

*EUG: Extra = buiten, Uterus = baarmoeder, Graviditeit = zwangerschap